Brief Raad van Bestuur UWV: positie NOVAG in het cao-overleg en opstelling hoofdonderhandelaar UWV
Geachte heer Camps,
NOVAG wendt zich tot u vanwege ernstige zorgen over de opstelling van de hoofdonderhandelaar van UWV ten aanzien van NOVAG en, meer in algemene zin, categorale werknemers- en beroepsorganisaties.
Aan de cao-tafel onderhandelen UWV, FNV, CNV, De Unie en NOVAG over de arbeidsvoorwaarden van medewerkers van UWV. Voor het kunnen voeren van constructieve onderhandelingen is het essentieel dat partijen elkaars positie en legitimiteit als gesprekspartner respecteren, juist ook wanneer zij inhoudelijk fundamenteel van mening verschillen. Wij constateren dat hiervan in toenemende mate geen sprake is.
De hoofdonderhandelaar van UWV heeft zijn persoonlijke opvatting naar voren gebracht dat hij categorale bonden “niet ziet zitten” en stelt het bestaansrecht en de positie van NOVAG als beroeps- en belangenvereniging ter discussie. Deze grondhouding werkt door in zijn opstelling tegenover NOVAG, zowel bij de cao-onderhandelingen als bij het overleg over een sociaal plan. Daarnaast stelt hij ter discussie of het Professioneel Statuut Verzekeringsarts UWV onderdeel van de cao zou moeten zijn.
Naar het oordeel van NOVAG gaat dit verder dan een zakelijk verschil van inzicht over de inhoud van een cao of de inrichting van het arbeidsvoorwaardenoverleg. Hier wordt de legitimiteit van één van de deelnemende werknemersorganisaties als zodanig ter discussie gesteld door degene die namens UWV leiding geeft aan de onderhandelingen. Wij achten dat onhoudbaar.
Het bestaansrecht van NOVAG staat niet ter beoordeling van UWV
Werknemers zijn vrij om zelf te bepalen hoe en langs welke organisatorische lijnen zij hun collectieve belangen willen behartigen. Dat kan via een algemene vakbond, maar ook via een categorale bond of beroepsvereniging. Een persoonlijke voorkeur van een werkgever of diens hoofdonderhandelaar voor een bepaald type werknemersorganisatie doet aan die vrijheid en legitimiteit niet af.
NOVAG stelt zich dan ook op het standpunt dat het niet aan UWV en evenmin aan zijn hoofdonderhandelaar is om het bestaansrecht van NOVAG als categorale beroeps- en belangenvereniging ter discussie te stellen.
Beroepsverenigingen hebben een eigen en legitieme functie
Uit recente verkenningen blijkt dat naast de traditionele arbeidsvoorwaardenvorming een groeiende behoefte bestaat aan zeggenschap over de inhoud en kwaliteit van het werk. Beroepsinhoud, professionele ruimte en arbeidsvoorwaarden raken daarbij steeds sterker met elkaar verweven. Effectieve belangenvertegenwoordiging vraagt daarom om een samenspel tussen verschillende vormen van werknemersvertegenwoordiging.
Juist voor verzekeringsartsen is de noodzaak voor verbinding evident. Arbeidsvoorwaarden kunnen niet los worden gezien van professionele autonomie, kwaliteit van de verzekeringsgeneeskunde, opleiding en registratie, werkdruk, capaciteit en de voorwaarden waaronder verzekeringsartsen hun professionele verantwoordelijkheid kunnen dragen.
NOVAG vertegenwoordigt vanuit die specifieke beroepsinhoudelijke kennis de belangen van verzekeringsartsen. Die rol is dan ook niet concurrerend met die van FNV, CNV en De Unie, maar juist aanvullend.
Ook het Professioneel Statuut raakt aan deze principiële discussie
Wij maken ons daarnaast zorgen over het ter discussie stellen van de positie van het Professioneel Statuut als onderdeel van de cao.
Het Professioneel Statuut borgt wezenlijke voorwaarden waaronder verzekeringsartsen binnen UWV hun professionele verantwoordelijkheid kunnen uitoefenen. Het gaat daarmee niet uitsluitend om een intern professioneel document, maar om afspraken die direct raken aan de positie van verzekeringsartsen als werknemers én als medische professionals.
Dat de hoofdonderhandelaar, vanuit een grondhouding waarin ook de positie van NOVAG als categorale beroepsvereniging ter discussie wordt gesteld, tegelijkertijd de cao-status van het Professioneel Statuut ter discussie stelt, versterkt onze zorg. Beide onderwerpen raken immers direct aan de specifieke positie en professionele belangenbehartiging van verzekeringsartsen binnen UWV.
Verzoek aan de Raad van Bestuur
Wij verzoeken de Raad van Bestuur daarom zich expliciet uit te spreken over de positie van NOVAG als legitieme werknemers- en beroepsorganisatie en als gesprekspartner binnen de bestaande arbeidsverhoudingen bij UWV.
Voor NOVAG is het uitgangspunt helder: over arbeidsvoorwaarden, een sociaal plan en de inhoud en positie van het Professioneel Statuut kan en moet stevig worden onderhandeld. Het bestaansrecht en de legitimiteit van NOVAG als beroeps- en belangenvereniging behoren echter niet afhankelijk te zijn van de persoonlijke opvattingen van de hoofdonderhandelaar van UWV.
Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet.
Hoogachtend,
Namens het NOVAG-bestuur,
Mede namens de collega-vakbonden,
M.L.A. Bal, vicevoorzitter NOVAG
Nieuwsoverzicht