Voorzitter van artsen slaat alarm: ‘Het is dramatisch bij UWV’
Nu het UWV kwetsbaarder is dan ooit, met lange wachtlijsten en een tekort aan artsen, stopt Wim van Pelt na zestien jaar als voorzitter van de club van UWV-artsen. Een openhartig afscheidsinterview over het wegpoetsen van problemen en de houding van de UWV-top. „Het schip zinkt steeds sneller.”
Hij had er even over moeten denken, over een interview als scheidend voorzitter van de Novag, de vereniging van UWV-artsen. Tijdens het gesprek is Wim van Pelt bedachtzaam. Hij vindt het ook best spannend, geeft hij toe, maar het is belangrijk. Nog voordat de koffie is doorgelopen, is het woord ‘rampzalig’ al gevallen.
Het UWV verkeert in zwaar weer, het vertrek van Van Pelt komt in een turbulente tijd. Er is een groot tekort aan verzekeringsartsen en de wachtlijsten zijn lang. Daarbovenop gaat er veel fout. Tienduizenden mensen kregen jarenlang een verkeerd bedrag op hun rekening, door fouten van het UWV.
De problemen zijn inmiddels zo groot dat minister Mariëlle Paul laatst de Kamer liet weten dat UWV nog maar beperkt zal toekomen aan bezwaarzaken en herbeoordelingen.
Rampzalig, maar niet toevallig, volgens Van Pelt. ,,Het UWV zegt: het overkomt ons. Ingewikkelde wetgeving, een tekort aan artsen. Maar we zijn hier niet zomaar terechtgekomen. Het is een gevolg van beleid.’’
Het is dramatisch, zegt u?
„Alleen als je in de financiële problemen komt, maak je nog kans op een herbeoordeling. Dat is toch dramatisch, ik kan het niet mooier maken. Dus we wachten tot mensen in de problemen zitten, terwijl iedereen weet dat financiële problemen ook nog eens een enorm slechte invloed op de gezondheid hebben?”
En is het rechtmatig?
„Absoluut niet, want het criterium bij een herbeoordeling is inhoudelijk medisch. Het criterium is niet: zit u financieel in de problemen of niet? Stel dat iemand gedeeltelijk arbeidsongeschikt was. Een licht probleem en dat wordt ernstiger. Hij krijgt een operatie en hij zit niet in de financiële problemen. Dan gaat het UWV niet herbeoordelen. Moet iemand dan wachten tot hij in de financiële problemen zit? Dat is de consequentie.”
Ongeveer 300.000 mensen zitten in een tijdelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering. Die kunnen wellicht ook beter worden en weer terug aan het werk?
„Met het aantal beoordelingen dat het UWV nu wil doen, duurt het ongeveer vijftig jaar om al die mensen een keer te zien. We weten dus niet wie er nog recht heeft op een uitkering en wie niet. Ik wil niemand tekort doen, maar een deel is hersteld, maar blijft tot het pensioen in de WIA.”
U begon zestien jaar geleden als voorzitter van de Novag, toen was er ook al een tekort aan verzekeringsartsen.
„Er zijn gewoonweg te weinig verzekeringsartsen opgeleid, terwijl je bijvoorbeeld al lang kon voorzien dat er heel veel met pensioen zouden gaan. En ja, de instroom bij de WIA is gestegen, maar als je die verhoging wegcijfert, dan zouden we nog steeds een tekort hebben.”
De Novag heeft eerder voorgesteld een eigen onafhankelijke medische dienst, buiten het UWV, te willen onderzoeken. Maar dan kom je toch nog steeds niet aan die artsen?
„Wij denken het wel. Laten we het proberen, klein eerst. En als het werkt, dan denk ik dat we het moeten uitrollen. We zien dat het UWV het moeilijk heeft om artsen te werven en te behouden. Van de afgestudeerde verzekeringsartsen vertrekt ongeveer de helft op korte termijn.”
Is er binnen de politiek voldoende oog voor de ernst van de situatie, hoe groot de problemen zijn?
„Ik merk geen groot urgentiegevoel. Waar we nu zitten was voorspelbaar, eigenlijk. En nu worden mensen alleen nog herbeoordeeld als ze in de financiële problemen zitten. Dat is toch verschrikkelijk?”
Is dat iets waarvan u wakker ligt?
„Met momenten wel. Iedereen is gewoon keihard aan het werk, maar ook de sociaal-medisch verpleegkundige, de verzekeringsarts, de secretaresse kunnen niet meer de dienstverlening bieden die noodzakelijk is. Het schip zinkt steeds sneller. Een heel pessimistische boodschap.”
Hoe komen we hier nog uit?
„We kunnen de WIA vereenvoudigen, maar het grote verschil gaat het niet maken. We moeten kijken of dit bestuursmodel nog werkt. Nu worden er voortdurend oplossingen geformuleerd die niet werken, keer op keer. Dus we gaan niet vooruit, maar we gaan achteruit, de afgelopen jaren. Er is ook geen toezicht op het UWV, geen raad van toezicht. Vroeger mocht de inspectie komen kijken, dat mag nu niet meer. Eigenlijk is de pers de enige toezichthouder op het UWV.”
En de minister en Kamer?
„Uhm… het UWV informeert het ministerie. Dus daar wordt bepaald wat richting het ministerie gaat.”
En dat gebeurt gebrekkig, bedoelt u?
„Ik denk dat er onvoldoende openheid is om signalen te bespreken, omdat bepaalde pilots moeten lukken. Er wordt voortdurend geroepen dat alle pilots zijn geslaagd, maar ondertussen zie je dat het schip zinkt.”
Heeft u daar een voorbeeld van?
„Het UWV-kantoor in Heerlen. Daar gingen verzekeringsartsen andere kantoren helpen die klem zaten. De productie was opvallend hoog en wij kregen meerdere signalen dat het niet goed ging. Maar Heerlen is het uithangbord, zo moet UWV worden in de toekomst.”
Volgens de minister gaat het maar om één signaal over vijf dossiers. Dat viel toch uiteindelijk mee?
„Dat is gewoon niet waar. Vanuit het UWV kwamen eerder signalen, van ons ook nadat we uit het land hoorden dat er nogal wat aan te merken viel op die dossiers. Om dan te zeggen dat het om één signaal gaat. Dat lijkt mij op zijn minst onvolledig informeren van de Kamer. Wij krijgen ook geen inzage, maar ik hoor dat 70 procent van de honderd onderzochte dossiers niet in orde is.”
Kritiek op het UWV wordt niet gewaardeerd, horen wij. Medewerkers zijn bang voor de consequenties als zij problemen aankaarten. Herkent u dat?
...(voorzichtig)... „Ja, wat kan ik daarover zeggen? Feedback wordt niet altijd geapprecieerd.”
U zegt: we zitten in een dramatische situatie. Maar u was er vanaf het begin zelf bij. Heeft u voldoende gedaan om het tij te keren?
„Achteraf kunnen we in elk geval zeggen dat we onvoldoende succes hebben gehad om het UWV goed op de rails te houden. We weten niet waar we anders hadden gestaan. Dat is ook zo. En bij sommige problemen en incidenten hebben we wel wat kunnen betekenen. De meningen zullen verdeeld zijn over hoe succesvol we geweest zijn.”